|
Training bij het Korps Mariniers
Boot erin, weer waden en na 50 meter weer instappen. Toch weer uitstappen. Ik zak nu echt ver weg. Val voorover. Shit! Tot aan mijn bovenarmen zak ik weg in de blubber. Ik raak bijna in paniek. Ik mag niet achterblijven! Ik mag de groep niet ophouden. Met onvermoede kracht weet ik me toch weer uit mijn modderige positie te bevrijden en klamp weer aan. Weer instappen. Nu krijgen we het roeiritme echt goed te pakken. Er staat een stevige stroming, voel ik. Ik moet met mijn hele lijf aan de peddel gaan hangen om nog te kunnen sturen. Maar het gaat goed. We lopen in op groep 2 en 3. Uitstappen, boot omkeren, peddels eronder en op het ritme van Hermina marcheren. Links, links, links, twee, drie, vier. "Grote stappen!" En daar gaan we! We halen groep 2 en 3 in één beweging in. Dan het land op, over een zompig stuk gras, weer een helling op, over het asfalt, op weg naar de bunker. We leggen de boot in het daarvoor aangewezen vak. Peddels erin. Een mannenstem roept: "Klim de bunker op en gebruik daarbij deze twee boomstammen!" Twee dunne stammen liggen klaar. We plaatsen ze schuin tegen de bunker. Eén vrouw naar boven, nog één en dan ik. Ik voel hoe de groep me ondersteunt, zodat ik de eerste drie meter probleemloos omhoog kom. De volgende twee meter moet ik zelf doen. Ik weet niet waar het vandaan komt, maar ik trek me met het allerlaatste restje kracht dat ik in mijn armen kan opwekken op. Dan voel ik de dames boven mij mijn polsen vastpakken en me de bunker opsleuren. Ik ben er! Nu is het mijn beurt om de resterende zes dames mee naar boven te trekken. Onbegrijpelijk waar ik al die kracht nog vandaan haal. Gaaf! We gaan als een speer!Op aanwijzingen van Sergeant Stef 'Vught' Wisman springen we van de bunker en hervatten we onze monstertocht. Man, oh man, wat zit ik stuk. Zijn we er al bijna? We rennen omhoog, door de duinen. Komen op het strand. "Wat nu? Waarheen?" hoor ik Hermina in een waas roepen. "Volg de track tot aan de duinen, dan is het nog maar 300 meter over het asfalt naar de finish!". Okay! Volg het spoor. Mijn benen schreeuwen van de pijn. Ik zie alleen nog maar zwarte vlekken. Ik sluit mijn ogen en wankel door. De truc met het touwtje werkt niet meer. Kom op! Niet opgeven. "We laten je niet achter! Kom op, Ingrid!" hoor ik mijn team roepen. Ik kijk over mijn schouders. De groepen die we in hebben gehaald zijn daar niet meer te zien, maar toch... Het mag en zal niet door mij komen dat we nog ingehaald gaan worden. Ik val nog liever dood neer. Ik roep om hulp. Ik hoor 'Vught' roepen: "Laat haar niet achterop raken. Ga om haar heen lopen. Als groep, als groep!" En naar mij: "Kom op Brabant! Kom op Bossche Bol!" [Verdomme Roefs! Wees sterk. Laat je groep niet vallen. Stel je niet aan. Daar zijn de duinen alweer. Daarachter ligt het asfalt. Nu is het alleen nog heuvelafwaarts. Hup, verzet je tegen de kotsneigingen en verstikkende slijmdraden in je keel!] Ik leg mijn ene hand op de schouder van Hermina. Mijn andere hand belandt op de schouder van -ik geloof- Angela met het lange blonde haar. En dan klinkt daar de cadans weer op uit een van de dameskelen. Links, links, links, twee, drie, vier. Gek hoe dat soort dingen een enorme impuls voor je doorzettingsvermogen kunnen vormen. Ik pak het ritme op en voel hoe ik iets lichter ga lopen. Ik zie de finish. Ik zie de klok. Ik hoor hoe de meiden beginnen te joelen. Zie hoe ze elkaars handen pakken en zo als groep naar de eindstreep gillen. Nog drie stappen. Nog twee en... JA! Ik ben er!!! Ik moet de verleiding weerstaan om door mijn knieën te zakken en in janken uit te barsten. Ik hang schier levenloos tussen Hermien en 'Angela'. Ik word op schouders, rug en hoofd geklopt. "Wat goed, wijffie!" - "Kanjer!" - "Geweldig gedaan, Int!" Ik kan niets terug zeggen. In gedachte hoor ik de stem van Ed Baaij in mijn hoofd opklinken, 24 uur daarvoor bij de touwbaan: "Tranen?" En ik herinner me weer de plechtige belofte die ik daarbij deed: "Oh nee! Die gaan jullie dit weekend niet zien!" En Eds repliek: "Wedden van wel?". Ik haal een keer of zes heel diep adem en onderdruk daarmee de huilbui die op uitbarsten staat. "Wedden van niet!" De camera's zoemen hoorbaar op milimeters afstand. Fototoestellen klikken onophoudelijk. Jeetje. Dit is niet de eeuwige roem waar een mens op zit te wachten... Ik voel de zuurstof weer naar mijn hoofd trekken en herstel. Ik kan weer op eigen benen staan en heb het diepste dal gehad. Ik draai me om en kijk 'mijn vrouwen' aan. Uit de grond van mijn hart zeg ik: "Bedankt meiden. Zonder jullie had ik het echt niet gehaald. Jullie zijn kanjers. En Hermina: jij bent helemaal een superwijf! Een betere teamleader konden we ons niet wensen!"Ik voel me vreemd. Ik voel me schuldig omdat ik zoveel zwakker was dan de rest van mijn team. Ik voel me super omdat ik zo ongelooflijk diep door mijn grenzen heen heb getast om hen toch niet te laten vallen. Ik voel me voldaan, omdat ik het gehaald heb. Ik voel me opgelucht omdat we ondanks mijn oponthoud toch als snelste zijn geëindigd. Ik voel me een blok aan het teambeen, omdat ze zonder mij nog veel sneller zouden zijn geweest. Jeetje, wat voel ik toch allemaal? We halen rustig de boot op. Ik kan weer lachen en heb weer praatjes. Ik incasseer lachend de vele goedbedoelde plagerijtjes. "Goh Ingrid, dat was toch wel een héél klein Bosch Bolletje dat we daar zagen." En: "Dat was een beetje een sneue Bossche Bol, zo zonder slagroom..." En ik put troost en een vleugje trots uit waarderende duimen die voor me omhoog gaan als ik voorbij kom lopen. Met pijn die verveelvoudigd is ten opzichte van vóór de cross, beweeg ik mij heel langzaam richting douches. Ik loop als een vrouw van 90. Die haar dag niet heeft. De douche brengt slechts een kleine verlichting. Aankleden gaat moeizaam. De tas inpakken blijkt nog meer gevraagd. Ik lach hardop als ik mijn bikini ongebruikt in de hoek van de tas zie liggen. "Zonnen op het strand van Texel." Yeah, right! Het opvouwen van stretcher en slaapzak is bijna een mission impossible. Maar ik overwin. Alweer. En op mijn laatste draadje breng ik mijn tas naar de steiger, om vervolgens aan te schuiven voor de barbecue. Onder Mariniersgelach open ik totaal voldaan mijn inmiddels beroemde biertje. Ahhh. Zelden was dat zo'n gouden beloning. De afronding.
Bedankjes worden over en weer uitgesproken, applaus klinkt op, de prijsuitreiking volgt (haring met Texelse kruidenjenever: brrr!), weer applaus, nog meer bedankjes, een groepsfoto met alle mariniers, veel lachende gezichten. En terwijl het vlees klaar ligt om gebakken en gegeten te worden, klinkt uit tientallen Mariniers nog éénmaal in koor: "...but someone has to do it!"Zo is het. En wij deden het. Ieder voor zich. Samen. Land in zicht
Aan boord van het landingsvaartuig varen we weg van Texel. Ik kijk nog een keer om. Ik zie de touwen, de netten, de 'slip', de steiger en ik zie mezelf in gedachte weer al die stoere dingen doen. En dan kijk ik voor me. Glimlachend. Land in zicht. Nog even en het gewone leven begint weer. Hoewel... zal het leven óóit nog hetzelfde zijn? Voorlopig in ieder geval nog niet. Voorlopig ben ik nog even trots lid van het Korps UFC Mariniers... Ingrid Roefs |
Copyright © 1999-2009, UFC B.V. All rights reserved.
Powered by WebEdit




Home
News
We leggen de boot in het daarvoor aangewezen vak. Peddels erin. Een mannenstem roept: "Klim de bunker op en gebruik daarbij deze twee boomstammen!" Twee dunne stammen liggen klaar. We plaatsen ze schuin tegen de bunker. Eén vrouw naar boven, nog één en dan ik. Ik voel hoe de groep me ondersteunt, zodat ik de eerste drie meter probleemloos omhoog kom. De volgende twee meter moet ik zelf doen. Ik weet niet waar het vandaan komt, maar ik trek me met het allerlaatste restje kracht dat ik in mijn armen kan opwekken op. Dan voel ik de dames boven mij mijn polsen vastpakken en me de bunker opsleuren. Ik ben er! Nu is het mijn beurt om de resterende zes dames mee naar boven te trekken. Onbegrijpelijk waar ik al die kracht nog vandaan haal. Gaaf! We gaan als een speer!
De camera's zoemen hoorbaar op milimeters afstand. Fototoestellen klikken onophoudelijk. Jeetje. Dit is niet de eeuwige roem waar een mens op zit te wachten... Ik voel de zuurstof weer naar mijn hoofd trekken en herstel. Ik kan weer op eigen benen staan en heb het diepste dal gehad. Ik draai me om en kijk 'mijn vrouwen' aan. Uit de grond van mijn hart zeg ik: "Bedankt meiden. Zonder jullie had ik het echt niet gehaald. Jullie zijn kanjers. En Hermina: jij bent helemaal een superwijf! Een betere teamleader konden we ons niet wensen!"
Bedankjes worden over en weer uitgesproken, applaus klinkt op, de prijsuitreiking volgt (haring met Texelse kruidenjenever: brrr!), weer applaus, nog meer bedankjes, een groepsfoto met alle mariniers, veel lachende gezichten. En terwijl het vlees klaar ligt om gebakken en gegeten te worden, klinkt uit tientallen Mariniers nog éénmaal in koor: "...but someone has to do it!"