Home News
UFC 2001 diary of Ingrid Roefs
« terug

Training bij het Korps Mariniers
• Vrijdag 6 juli 2001: 1 | 2 | 3
• Zaterdag 7 juli 2001: 4 | 5
• Zondag 8 juli 2001: 6 | 7 | 8

05.45 uur
Ochtendsport! Het is ongelooflijk maar waar: niet onder de indruk van het bizarre tijdstip en nog vóórdat Sergeant Pieter vol overgave op onze kamerdeur beukt, zijn mijn kamergenotes in volle actie. Om 06.00 uur moeten we ons melden voor het slaapgebouw. Een douche-estafette van militaire efficiëntie vindt plaats. Zonder dat de kraan nog wordt dichtgedraaid, rennen er naakte vrouwen bij toerbeurt een paar seconden onder de waterstralen door. Omdat ik het gevoel heb dat ik pas net in slaap gedommeld ben, ga ik als laatste. Gelukkig loop ik wel nog op schema. Opgedragen tenue: loopkleding. Check! Buiten is het een verbazingwekkende drukte van belang. Ondanks regen en onaards vroeg tijdstip is het kakelen niet van de lucht. Ook de aanwezige instructeurs kijken met een niet te bevatten fitheid uit de ogen. Ikzelf heb nog even wat tijd nodig. En daar gaan we. In een rustige looppas gaan we van het kazerneterrein af. Ik schiet in mijn eerste schaterlach van de dag als Germaine vertelt hoe zij al haar blauwe plekken op en neer voelt deinen. Hoe plastisch. Hoe herkenbaar!

Een minuut of tien later voel ik me top! Wat is dat eigenlijk lekker, zo vroeg in de ochtend wat rondhollen. Beetje rekken, beetje strekken. Heerlijk! Maar wat nu? Oh jee. Da's nou jammer. Opdrukken! Pfff, ik moet toch echt nog wat meer gaan trainen als ik weer thuis kom. Hoe dóen die meiden dat? Zelfs de meest tengere meisjes drukken zich op alsof ze aan een touw worden opgetrokken. Hoe komt het dan dat ik eruit zie alsof ik een onzichtbare, maar overmaatse kleuter op mijn rug meezeul, die me weerhoudt van enig atletisch vermogen? Nog even wat op en neer rennen over een hellend stuk weg. Kijk, dat gaat me tenminste goed af. En weer terug naar de kazerne. Ik ben weer zo fit as a fiddle. Ik voel een lichte vorm van medelijden opkomen als ik de fotografen en de cameraploeg van Yorin hijgend als een karrenpaard ook de poorten zie binnen klossen. Ja jongens... "You're in the movement."

07.30 uur
Zoooo. Weer gedoucht en in mijn overall en startnummer weer terug in het hoofdgebouw. Voeding! Ik heb honger. Ik klets wat met de cameraploeg van Yorin. Zij vinden het allemaal al net zo'n avontuur als ik.

08.30 uur
Een druk programma strekt zich voor ons uit. In feite gaan we vandaag tot aan 13.00 uur hetzelfde doen, maar dan iets meer, sneller, verder, harder, enzovoort. Dus niet meer rustig kuieren op de 653 treden naar de tokkelbaan, maar dóórlopen. En niet meer easy op en neer aan wandjes van tien meter, maar 'tandje bij' van en naar twintig meter. En niet meer rustig wandelend langs het wandje abseilen, maar zo snel als de zwaartekracht dat veiligheidshalve nog toestaat jezelf naar beneden laten storten. Over storten gesproken: een fikse stortbui zorgt ervoor dat wij van Groep 5 en 6 niet over de zijkant van de stalen toren naar boven mogen klauteren. Jammer. Dat vonden we nou net wel wat. Vooral omdat we dames van andere teams hier al heel wat tranen en hyperventilerende uithalen zagen demonstreren. Aan de andere kant: het bespaart wel de nodige energie voor de hindernisbaan die we vandaag wederom als laatste mogen gaan doen.

De touwbaan is wat mij betreft a trip to hell and back. Tot mijn eigen verbijstering weet ik bij de Catcrawl namelijk met Zwitserse nauwkeurigheid het spoor van blauwe plekken wederom naadloos op die paar centimeter van de touwen te plaatsen. Met alle pijn van dien. "§%&$#!!!" Maar niet zeuren! Nou ja... een beetje misschien. En na al die krachtmetingen die ik gisteren en hedenochtend heb lopen cumuleren, blijkt het touwklimmen zelfs nog onmogelijker te zijn geworden. Ik moet bijna janken van frustratie. Verdomme! Waarom kan ik dat niet! Slappe trut. Ed komt naar me toe. "Tranen?" Ik kijk hem kwaad en laatdunkend aan: "Oh nee! Die gaan jullie dit weekend niet zien!" En ik sla die uitspraak direct op als een plechtige belofte aan mezelf als ik Sergeant Ed hoor zeggen: "Wedden van wel?"

Het touwengeweld krijgt een eng staartje als we aan het einde van de twee evenwichtsbalken niet gewoon als normale mensen van het trapje mogen afdalen, maar onszelf als levensmoeë wezens in een grofmazig net moeten werpen. Alles in mij zegt me dat ik dit niet moet doen. Maar twee dingen tezamen geven me toch dat ene zetje. Allereerst de uitspraak van Adjudant Martin dat tot dan toe slechts twee vrouwen de sprong niet hebben gewaagd. Ja, hij weet hoe hij streberige vrouwen als ik moet motiveren... En dan natuurlijk die afwijking in mij dat ik het lekker vind om over mijn eigen randje te hellen. En dus spring ik. Als eerste. En verdomd... geen probleem! Ik vind het zelfs wel een kick. Gek wijf ben ik toch. De andere springen ook, maar hier en daar blijkt een traan en paniekerige zucht toch niet te onderdrukken. Zelfs de fotograaf van het Korps Mariniers zegt bewondering te hebben voor onze acties-ondanks-angst. En terecht!

En dan de zwaarste slag. Het duel tussen mens en materie. De strijd tussen stoere vrouwen en stormbaan. Terwijl de statisch wachtende hindernissen lijken te transformeren in onwrikbare wachters, bekruipt mij een vreemde agressie. Ik kijk vanonder mijn wenkbrauwen star naar mijn opponenten van steen en staal. En grom. Het zal zwaar worden, maar ze krijgen me er niet onder. En dat zweer ik! Ik kijk naar links en zie Jo-Anne. Ze kijkt zorgelijk met ietwat vochtige ogen en trillende onderlip naar het strijdperk voor zich. Ik probeer haar op te peppen. "Kom op, wijffie. Probeer die eerste hoge hindernis te pakken en je bent erdoor. Je kan het. Je hebt je gisteren en vandaag al meermalen bewezen als een ongelooflijke pitbull. En als het je lukt, is je hoogtevrees voor altijd een kopje kleiner gemaakt. Kom op!" Ze haalt diep adem en zet eveneens een vastberaden blik op. Ik kijk rond en zie dat iedereen zich ondertussen mentaal gewapend heeft. En dus gaan we. Eerst op techniek, dan op tempo en dan de hele hiba nog één keer in zijn geheel en zo snel als we kunnen...

Terugkijkend is het niet slecht gegaan. Ik heb alle hindernissen genomen. Alleen die verdomde rotmuur kreeg me eronder. Als enige ben ik niet in staat geweest die paar stomme bakstenen te vernederen. Ja, één keer. Maar de andere twee keer heb ik het opstapje moeten gebruiken! Aaarch! De rest heeft overwonnen. Zelfs Femke bleek meer karakter te hebben dan de muur. Zelfs Jo-Anne bleek haar vrees voor hoogten te kunnen ontstijgen en heeft álle hindernissen gepakt. Wat een karakter heeft die vrouw!

Maar wat een narigheid. Nog nooit behoorde ik tot de zwakkeren van een groep sportende vrouwen. Nog nooit heb ik het onderspit moeten delven bij fysieke krachtmetingen tussen dames. En nog nooit voelde ik zoveel spieren tegelijkertijd verkrampen van pijn, vermoeidheid en verzuring. Samen met mijn groep hang ik zittend na te puffen tegen een hekje. Een cameraman komt op een meter afstand voor mijn van kleur verschietende en stomende gezicht zitten. Ik kijk recht in de lens en spreek (volledig staccato) de vier woorden uit die alles zeggen wat ik voel: "Het licht... is uit." Met het blikje Sportline in de hand lopen we en groupe richting douches. Frustraties worden nu gedeeld. Arm in arm met Germaine vertrouw ik haar nog maar eens toe hoe ziek ik ervan ben dat ik die pokkemuur niet de baas heb gekund. Gelukkig verlaat dat diepe gevoel van malaise me al snel. Zelfs vóórdat we de atletiekbaan verlaten, voert ons gedeelde gevoel voor humor al weer de boventoon en verergeren we dankbaar onze buikspierpijn door een niet te stoppen lachbui.

next/volgende

UFC Nederland B.V. | sitemap | colofon | copyright | disclaimer

Copyright © 1999-2009, UFC B.V. All rights reserved.
Powered by WebEdit