Vrijdag 6 juli 2001: 1 | 2 | 3
Zaterdag 7 juli 2001: 4 | 5
Zondag 8 juli 2001: 6 | 7 | 8
Hindernis 9: een enorme stellage van houten balken die op ongelijke afstand van elkaar bevestigd zijn, eerst schuin oplopend tot zo'n drie meter hoogte en vervolgens horizontaal verder strekkend over zo'n zeven meter: loop er overheen, zonder handen te gebruiken, ga op de laatste balk op je buik liggen, verplaatst je gewicht zo, dat je beheerst aan die laatste balk kunt gaan hangen en spring af, landend in de loopstand. Prima. De schrik voor mijn knie zit er echter na die afsprong bij hindernis 6 wel goed in. Ik durf bijna niet meer te landen... Jo-Anne strijdt opnieuw haar eigen hoogtevreesstrijd, maar aan de hand van Peter weet zij het toch te klaren. Wat een heldin!
Hindernis 10: een reusachtige, stalen constructie van 'lantaarnpaal-dikke' palen die als vier sporten op steeds een meter van elkaar een 'ladder' vormen: ene kant omhoog, over de dwarsbalk heen, andere kant naar beneden, vanaf de laatste sport omdraaien en afspringen, en landen in de loopstand. Ook hier geen probleem; alleen voor Jo-Anne, die uiteindelijk wel de 'oversteek' maakt, maar dan op de één na hoogste sport.
Hindernis 11: een sloot van anderhalve meter breed met daarachter een steile houten helling met een touw eraan als klimhulp: neem een aanloop, spring over de sloot, land met beide benen op de helling, grijp snel het touw met twee handen en klim omhoog tot circa drie meter. Ga op je buik liggen, pak de eindbalk beet, ga eraan hangen, spring af en land in de loopsprong. Kind kan de was doen.
Hindernis 12: mijn Waterloo; een muur van zo'n twee meter hoogte, opgetrokken uit gladde witte bakstenen: loop er op af, zet één been er halverwege tegenaan en zet omhoog af, zodat je met één knie op de muur eindigt. Spring af en land in de loopstand. Peter: "Zie de muur niet als een hindernis, maar als een object dat je gewoon meeneemt in je loop!" Yeah, right! Gek genoeg lukt het me een keer of drie zonder al te veel problemen, maar als ik dan mij knie loeihard tegen de muur voel klappen is het muurtrauma geboren: ik kom er niet meer tegenop. Met ontzag, frustratie en blinde bewondering zie ik hoe Hermina en Jolanda tegen de muur op rennen alsof die er niet staat. Ook Ilham, Germaine, Jo-Anne en Gaby weten het pokkeding steeds weer te overmeesteren. Alleen Femke en ik leveren een bovengemiddelde strijd. Shit.
Hindernis 13: lekker gemakkelijk: zes betonnen blokken op telkens een ruime meter afstand van elkaar, en links en rechts van een denkbeeldige middenlijn gerangschikt: aanloop, en hup, hup, hup, hup, hup, hup van blok naar blok springen naar de overkant. Eitje.
Hindernis 14: Jeetje, wat ben ik moe! Het is al bijna donker. Maar goed. Een twee meter diepe en anderhalve meter brede sleuf in de grond, met onderin een balk op zo'n dertig centimeter hoogte en op tien centimeter van weer een muur naar maaiveld: gaan zitten op maaiveld, afspringen in loopstand, op de balk gaan staan, opspringen, met je elleboog en oksel op maaiveld, been erop zwaaien en jezelf op maaiveld trekken. Niet moeilijk, maar ik ben nu zó moe dat ik het bijna niet meer voor elkaar krijg.
Hindernis 15: De laatste! Drie sleuven van twee meter breedte in de grond, met steeds één meter maaiveld ertussen. De eerste en de laatste sleuf zijn maar een halve meter diep, de middelste is iets meer dan een meter diep: lopen, afspringen, opspringen, lopen, afspringen, opspringen, lopen, afspringen, opspringen, lopen; helemaal terug naar het begin van de hindernisbaan. In slepende looppas. Ik ben kapot!
23.30 uur
Het is nu echt zo goed als donker. Met alle 53 dames gaan we terug naar het gebouw waar we eerder verzamelden en aten. Er zouden nu broodjes en soep voor ons klaar staan. Helaas is hier een eerste (en enige, naar later bleek) flauwte in de strakke organisatie: er is niets geregeld. Toch worden er vanuit het niets wat lekkere krentenbolletjes geregeld en staan er opeens zogenaamde proteïnebars voor ons klaar. Misleid door de chocolade buitenkant en daardoor 'Snicker-achtige' verschijningsvorm van laatstgenoemde, zet ik er gretig mijn tanden in. De smaakbeleving die mij overvalt is echter geenszins die van een overheerlijke chocobar. Heel even waan ik mij met mijn mond in een meelbak! Ik kokhals en leg de rest van het ongehoord vieze ding naast mij neer. Brrrr. slechts 2,5 calorie, maar met een wansmaak voor duizenden! Ik loop gauw naar de bar en bestel daar een biertje. Terwijl ik dankbaar een overheerlijk en goudgeel slokje neem, zie ik over de rand van mijn fluitje dat blikken van verbazing, bewondering en misprijzen mijn deel zijn. Okay... Ik ben dus de enige vrouw die een biertje drinkt. Nou ja, jammer dan. Ik weet na deze eerste dag toch wel dat mijn fysieke prestaties onderdoen voor die van de meeste andere dames. Ik kan er dus net zo goed maar een gezellig weekend van gaan maken. En bij gezelligheid hoort een biertje. Toch? Mijn imago blijkt hiermee meteen rotsvast gevestigd te zijn. Mijn bijnamen ook: "Brabants Welvaren" en "Bosche Bol" (al dan niet in de verkleinvorm) zijn termen die ik de rest van het weekend nog vaak zal horen... Ik klets gezellig nog wat met Majoor Amon en Sergeant Pieter. En jawel... ik lach me daarbij weer in een kriek!
01.00 uur
Een uur later dan alle andere dames, verlaat ik het manschappenverblijf van de Van Ghent Kazerne. Uitgezwaaid en toegelachen door twintig instructeurs ga ik in mijn eentje naar kamer 2.22. De eerste dag zit erop. Omdat ik mijn kamergenotes niet wil wekken, kruip ik zonder te douchen in mijn stapelbed. Morgen slaap ik toch niet meer in dit bed... Ik verwacht meteen overmand te worden door de slaap, maar blijkbaar ben ik té moe of té opgewonden door alle belevenissen van die dag. Bovendien is het bloedheet op de kamer. Ik kan de slaap niet vatten. Wat een ellende!